Bijna elke relatie komt wel eens onder druk te staan door ruzie. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom het tot een uitbarsting komt. Verschil van inzicht, opgekropte frustratie, het gevoel niet gehoord te worden… het lijstje is gemakkelijk aan te vullen.
Ruzie is geen prettige gebeurtenis. Het kan soms de situatie verergeren, omdat het gauw al lang niet meer gaat om de zaak zelf, maar om een reflex waarin we de aanval kiezen als verdediging. En hoewel meningsverschillen normaal en belangrijk zijn binnen een relatie, is ruzie nooit de oplossing van het probleem.
“Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen,” zegt Jezus (Lucas 6,31) Niemand vindt het prettig als een ander ruzie met je maakt. Dus als je deze regel toepast, zou er eigenlijk geen plaats in ons leven voor ruzie moeten zijn.
Hier zijn 7 tips om ruzie te voorkomen:
1. Leer actief te luisteren.
Wie antwoordt zonder eerst te luisteren, handelt dwaas (Spreuken 18,13)
Goede communicatie in een relatie betekent niet alleen dat je je goed kunt verwoorden, maar vooral dat je goed kunt luisteren. Probeer in je op te nemen wat de ander je zegt, en geef het terug om er zeker van te zijn dat je de boodschap begrepen hebt (“Ik hoor je zeggen dat … klopt dat?) Stel vragen als je het echt niet snapt. Let op de gevoelens die een ander uitdrukt, die zijn vaak belangrijker dan wat er precies gezegd wordt.
2. Blijf bij jezelf
Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. (Lucas 6,37)
Begin zinnen met “ik”: “ik voelde me genegeerd toen je..” in plaats van “je negeerde me…”. Het is soms moeilijk te bedoeling van een ander te beoordelen. Je weet soms niet waarom een ander op een bepaalde manier handelt, en als je een verkeerd oordeel velt, is de ander beledigd of verongelijkt. Maar je weet heel goed hoe je je voelt. Breng dat over.
3. Blijf in het heden
Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd, laat het verleden nu rusten. (Jesaja 43,1
Haal geen oude koeien uit de sloot en generaliseer niet. Gebruik nooit woorden als “nooit”, “altijd”, “moet”, “elke keer”. Blijf in het heden. Oude koeien en beschuldigingen in algemene zin roepen altijd verdediging op of erger: een tegenaanval, maar ze leiden zelden tot begrip of inzicht.
4. Blijf bij de zaak
“Hoe meer hout, des te harder het vuur brandt, hoe hardnekkiger de ruzie, des te heviger ze wordt.” (Jezus Sirach 28,10)
Haal er niet van alles bij, blijf bij de ene zaak waar het meningsverschil over bestaat. Als je met allerlei andere verwijten en kwesties op de proppen komt, wordt de situatie onoverzichtelijker, de oplossing onwaarschijnlijker en de verdedigingsreflex van de ander sterker.
5. Stop voor je begint!
Wie een ruzie begint, ontketent een stortvloed; staak de strijd voordat hij losbarst. (Spreuken 17,14).
Als je voelt dat je overhit begint te raken is het beter om het strijdperk tijdelijk te verlaten om af te koelen voordat je terugkomt op het meningsverschil. Denk na over de oorzaak van je reactie. Waardoor werd je geraakt? Wat maakte het bij je los? Boosheid? Verdriet? Angst? Hoe kan ik in de toekomst voorkomen dat ik opnieuw zo van streek raak?
6. Los het probleem op
Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig… vergeld geen kwaad met kwaad… overwin het kwade door het goede. (Romeinen 12, 16-21)
Doe er wat aan! Als je echt van streek bent door iets, stop het dan vooral niet weg. Koester geen wrok terwijl je niets onderneemt. Een probleem dat niet opgelost wordt, komt vanzelf weer terug. Als mensen ruzie maken, laat het zien dat er iets is dat voor beide personen belangrijk is (en dat is soms iets anders dan de aanleiding voor de ruzie). Dat moet je bij jezelf en bij de ander op het spoor zien te komen. Als je tot rust bent gekomen zijn er drie stappen die je moet zetten:
1. Beschrijf de situatie die het conflict veroorzaakte, zonder te oordelen – blijf bij een beschrijving van de feiten. Vraag of je weergave klopt met de waarneming van de ander.
2. Vertel de ander wat de situatie bij jou teweeg bracht. Blijf bij een weergave van je eigen gevoel en reactie. Geef de ander de ruimte om dit ook te doen.
3. Zeg hoe jij denkt te voorkomen dat het conflict in de toekomst terugkomt; vertel de ander wat jij nodig hebt. Vraag de ander hoe die het conflict wil oplossen.
7. Toch ruzie? Vergeef elkaar
“Vergeef, dan zal je vergeven worden.” (Lucas 6, 37)
Ondanks alle goede bedoelingen kan het toch voorkomen dat een ruzie ontstaat, en dat je elkaar kwetst. Laat het nooit “vanzelf” overgaan. Durf vergeving te vragen voor jouw aandeel in de ruzie. Dat is niet hetzelfde als je eigen mening aan de kant zetten of bakzeil halen! Vergeving vragen is een teken van kracht en moed, het kan het vertrouwen in elkaar herstellen.
Bron: Katholiekleven