Het gebouw van de Belgische ambassade in Teheran. Een deel van het Belgisch diplomatiek personeel blijkt niet verzekerd te zijn tegen onder meer geweldsdelicten in het land van tewerkstelling.
Een secretaresse op de Belgische ambassade in Teheran die eind 2004 werd verkracht en urenlang gefolterd, daagt met de hulp van overheidsvakbond ACOD Buitenlandse Zaken voor de rechtbank. Het ministerie beoordeelde de zaak eerst als een arbeidsongeval, maar stapte daar later van af. Met alle gevolgen van dien voor de vrouw.
Omdat Buitenlandse Zaken de steven wendde, verloor de vrouw elk recht op financiële bijstand, moest ze afzien van dringende medische ingrepen en zien rond te komen met 600 euro per maand. Ze zag zich verplicht om tegen het advies van de dokter in weer aan het werk te gaan, deze keer op de ambassade in Kampala.
A.B. werkt sinds 1985 als secretaresse voor de Belgische diplomatie. Voor ze in februari 2003 aan de slag ging op de ambassade in Teheran, was ze verbonden aan die in Belgrado en New York.
In de nacht van 15 op 16 oktober 2004 werd A.B. op straat lastig gevallen door een groepje Iraanse mannen. Die waren haar gevolgd tot bij haar flat, in een gewoonlijk goed bewaakte compound in Teheran. Een van de mannen drong de flat binnen, verkrachtte de vrouw en bleef haar urenlang mishandelen. A.B. bleef achter met onder meer een neusfractuur, moest een dringende oogcorrectie ondergaan en leed aan post-traumatische stress.
De alleenstaande vrouw kreeg aanvankelijk alle steun van het ambassadepersoneel en ook van de personeelsdienst op het hoofdbestuur van Buitenlandse Zaken in Brussel. Die nodigde haar uit om alle medische facturen door te sturen, aangezien haar verblijf in de Iraanse hoofdstad onlosmakelijk voortvloeide uit haar functie.
Op 8 augustus 2005 ontving de vrouw een brief van de personeelsdienst van Buitenlandse Zaken, die liet weten dat ze het voorval bij nader inzien dan toch niet kon aanvaarden als arbeidsongeval. Het misdrijf, zo staat er, vond plaats buiten de kantooruren en ook niet tijdens een verplaatsing van of naar het werk.
“Het gevolg was dat de dame een deel van de ontvangen sommen moest terugstorten, een psychotherapeutische behandeling moest staken en afzien van een geplande neuscorrectie”, zegt Tom Roose van de socialistische overheidsvakbond ACOD. “Ze viel terug op een vervangingskomen van 600 euro. Hoewel A.B. door een neuropsychiater een jaar ziekteverlof voorgeschreven kreeg, zat er voor haar niks anders op dan weer aan het werk te gaan en een nieuwe diplomatieke missie te aanvaarden, nu in Kampala.”
Eind 2005 ontwikkelt zich een snel verzurende correspondentie tussen de vrouw en de personeelsdienst van Buitenlandse Zaken. Daar argumenteert men nu dat de vrouw slachtoffer werd van een geëscaleerde inbraak. “Onzin”, zegt Roose. “De dame blijft erbij dat ze haar belager geld aanbood om de gruwel te doen stoppen. Er werd die nacht in de flat ook niks gestolen: geen geld, geen juwelen, ook haar laptop niet.”
De discussie over de vraag of het nu diefstal was of niet, hangt samen met die over de vraag of het gebeurde als een arbeidsongeval moet worden beoordeeld. “Uiteindelijk hebben wij moeten ontdekken dat de ambassade verzuimde om in Teheran de zaak juridisch op te volgen”, zegt Roose. “Er werd van Belgische zijde geen enkele hulp geboden om de daders op te sporen, stukken uit het Iraanse strafdossier werden achtergehouden, de dame zag zich verplicht om in Teheran zelf een advocaat aan het werk te zetten. Op eigen kosten, nog eens. Voor de Verenigde Naties voert België graag het hoge woord om verkrachtingen in conflictgebieden aan te kaarten. Het geval van A.B. laat zien hoe het er in de praktijk binnen de eigen administratie aan toegaat. Misschien kan mevrouw A.B. als spreekster worden uitgenodigd door de VN?”
Bij Buitenlandse Zaken zit men verveeld met de kwestie, die vooral zou voortvloeien uit het statuut van de vrouw. “Het Belgische ambassadepersoneel in het buitenland wordt verondersteld 24 uur per dag in functie te zijn”, zegt woordvoerder Marc Michielsen. “Deze dame had helaas geen statutaire, maar een contractuele verbintenis. Daardoor gold dat principe voor haar niet.”
Off the record is te vernemen dat alles begon bij een Franstalige ambtenaar op de personeelsdienst, die halfweg 2005 bij het vertalen van het woord ‘verkrachting’ (viol) een letter vergat, er ‘vol’ (diefstal) van maakte en achteraf weigerde de eigen fout te erkennen. “Men kwam gaandeweg in een strikt juridische context terecht”, zegt Michielsen. “Misschien is zo wat voorbijgegaan aan het trauma waar deze dame mee verder moet.”
ACOD grijpt de zaak aan om te wijzen op een structureel probleem: het ontbreken van een verzekering voor een deel van het Belgisch ambassadepersoneel in het geval van geweldsdelicten, aanslagen of natuurrampen. “Men stuurt mensen naar gebieden waarvan men tegen andere Belgen zegt dat het ten strengste af te raden is om erheen te reizen, maar men voorziet geen bijstandsverzekering”, zegt Roose. “Geen enkele Belgische werkgever stelt zijn personeel aan zulke risico’s bloot. Het is toch al te duidelijk dat A.B. omwille van haar baan in Teheran woonde?”
De ACOD daagde Buitenlandse Zaken vorig jaar voor de arbeidsrechtbank. Die oordeelde in een tussenvonnis dat het arbeidscontract van A.B. niet of onvoldoende specifieert of de dame enkel tijdens de kantooruren of ook daarbuiten werd verondersteld “beschikbaar te zijn voor de ambassade”. Een eerste zitting is gepland voor 7 mei. (Douglas De Coninck)
Met te zeggen dat de Belgische staat een obstakel is, zal ik geen heilige huisjes omver trappen. Hier wil ik het kort even hebben waarom de Belgische staat een obstakel is voor Dietsland.
Er zijn meerdere opvattingen van Dietsland. De huidige overheersende opvattingen is dat Dietsland de hereniging van Nederland/Friesland + Vlaanderen inhoudt. Dit is vooral een taalkundige en culturele indeling. Joris Van Severen zijn Nieuwe Marsrichting ging dan weer uit van het principe “De taal is niet gans het volk“, waar Van Severen uiteraard overschot van gelijk had. De fout die hij echter maakte was te denken dat de Belgische staat een middel kon zijn om de Dietse Eenheid te bereiken. De Belgische staat is immers in zijn wezen een obstakel.
België is niet ontstaan als een spontane volksopstand van zogenaamde “Belgen”, maar als een gestook vanuit Frankrijk, gesteund door de Kerk en door de liberale franstalige logebroeders. Die twee laatsten vormden het zogenaamde Monsterverbond. Toen de Belgische Muiterij uitbrak, duurde het geen 24u of de echte bedoelingen werden duidelijk toen “revolutionairen” de Franse driekleur aan het stadshuis van Brussel hingen. België moest dienen als midden van Franse uitbreiding. Het zou Frankrijk immers alleen voordelen opleveren. De groeiende zware industrie in Wallonië en de havens van Vlaanderen. En Groot-Brittanië kon op zijn beurt de handelsmacht van het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden breken hierdoor.
De Fransen versloegen uiteindelijk de Nederlandse troepen en het plan was bijna compleet. België kon, vanwege Pruisen en Groot-Brittanië dan wel geen deel worden van Frankrijk, het Franstalige regime in België zou echter wel wel graag genoeg dansen naar de Franse wensen. Er was slechts één probleem: de Zuid-Nederlanders, de Vlamingen dus. Zij spraken geen Frans en toonden op vele vlakken nog steeds een orangistische tendens. De Belgische staat zou vanaf het begin zich dan ook richten op het vernietigen van de Nederlandse cultuur en invloeden. En ze zijn daar ook bijna in geslaagd.
Het is enkel door de Vlaamse culturele koppigheid dat wij onze taal hebben behouden en het is door de noeste Vlaamse arbeid dat wij er ondertussen in zijn geslaagd om economisch van positie te verwisselen met Wallonië. En de grote nachtmerrie van de Fransgezinden begint ook meer en meer waarheid te worden. Niet alleen beginnen meer en meer Vlamingen te kiezen voor een splitsing van België, economisch zijn ook de factoren helemaal aanwezig om een nauwere samenwerking met Nederland te zoeken. Het is veelzeggend dat Kris Peeters in Den Haag werd ontvangen door Balkenende, waarbij de Nederlandse en de Vlaamse vlag naast elkaar wapperden terwijl de Vlaamse Leeuw werd gespeeld. Trouwens ook het eerste “vreemde” volkslied dat op het Binnenhof werd gespeeld.
Maar als men ziet dat Wallonië nu vooral dwars ligt voor de Ijzeren Rijn en zich duidelijk zorgen maakt over de economische kracht van Vlaanderen en de groeiende Vlaamse onwil om een blanco cheque te geven aan Wallonië, is het duidelijk dat België nooit gesticht is om enig nut te hebben voor zijn inwoners. De Belgische staat is het “mooiste” voorbeeld van de burgerlijke staat die gesticht is om een economische elite van nut te zijn, maar zeker niet de meerderheid van het volk.
9 maanden verder en eindelijk hebben wij een regering. De beloofde staatshervorming is niets geworden en Vlaanderen heeft niets gekregen (had je anders verwacht???) Madame NON en haar vrienden hebben hun zin weer gekregen. Dit bewijs gewoon dat Vlaanderen niet klaar is voor onafhankelijkheid en dat de CD&V nog eens de kiezers bedrogen heeft.
In een lezenswaardig commentaarstuk over de Belgische regimecrisis spreekt journalist Eric Donckier in Het Belang van Limburg over een ezelsdracht: “Vandaag is het exact negen maanden geleden dat we gingen stemmen. Maar we hebben nog altijd geen regering. We kunnen onderhand spreken van een ezelsdracht. Zeker, we hebben een interim-regering, maar die is er slechts voor de schone buitenlandse schijn. Omdat ze het daar toch niet op de voet volgen, denken ze dat we een regering hebben. Wij weten beter.” Donckier besluit: “De politici die toen kandidaat waren, zegden dat ze dat waren voor ons, om onze belangen te dienen. Helaas moeten we nu vaststellen dat de dames en heren politici de negen voorbije maanden enkel met zichzelf en hun belangen bezig waren. Moeten we onthouden.”
Op het gevaar af van verketterd te worden als een soort van Michael Collins-achtige figuur wens ik het hier even te hebben over Broekzele.“Wat met Brussel” als Vlaanderen onafhankelijk wordt?Als independist heb ik die opmerking uiteraard wel meerdere malen gehoord.Bovendien heb ik sowieso een probleem met de term “onafhankelijkheid”.Real-politik dicteert immers dat het hier om een soeverein Vlaanderen als lidstaat van de EU gaat.Enkel en alleen om niet in voorbijgestreefde en autarkische natieconcepten te blijven steken.Maar dit geheel terzijde, ik ging het over Brussel hebben.
In de onafhankelijkheidsoptiek bestaan er verschillende oplossingen voor Brussel.Aan Franstalige kant denkt men dan vooral aan een Brusselse stadsstaat of een rest-België bestaande uit Brussel en Wallonië. Aan Vlaamse kant denkt men er niet aan om Brussel op te geven en maakt deze stad integraal deel uit van de nieuwe republiek.Bovendien zijn er nog een aantal exotischer oplossingen zoals het “Euro-Brussels DC” van de Warandegroep, en een bi-nationaal statuut waar Brussel bestuurd wordt door Vlaanderen en Wallonië (en Europa?)Daarentegen is het nog steeds taboe om te spreken over een soeverein Vlaanderen zonder Brussel.U hoort me al op mijn sloffen aankomen.Ik durf daar wél over nadenken!Voor de hele simpele reden dat bovenstaande oplossingen in de meeste gevallen weinig realistisch zijn.De Franstalige Brusselaar zal, op enkele uitzonderingen na, nooit voor Vlaanderen kiezen. Hun acute verlatingsangst werd reeds duidelijk, en deze kan snel omslagen naar pure afkeer.Die reeds nu aanwezig is wanneer men de fora van Le Soir en La Libre Belgique afschuimt. De houding van bepaalde Franstalige politici en extremisten doet de rest.Op independistische webstekken leest men steeds dat “de Brusselaars zelf mogen kiezen” wanneer het over hun toekomst na België gaat. Brusselaars kiezen niet voor Vlaanderen.De afkeer is klaarblijkelijk te groot geworden.Zelfs niet indien Vlaanderen een aantal “vette vissen” zou voorschotelen om Brussel mee te krijgen in het verhaal van een onafhankelijk Vlaanderen.
Vlaanderen zonder Brussel dan.Leefbaar? Ik denk het wel.Het sociaal-economische weefsel kent, in deze moderne tijden, géén staatsgrenzen meer. Of Brussel nu een stadsstaat wordt of niet, nog steeds zullen velen van buiten de stad er gaan werken. Dagelijks pendelen honderduizenden EU-burgers over de grenzen.Niet alleen in Brussel, maar ook in Wenen, Luxemburg en andere grensgevallen.Zelfs buiten de EU; dagelijks gaan bv. tienduizenden Fransen werken in Basel.Een kwestie van duidelijke afspraken te maken.De hoofdzetels van bedrijven en internationale instellingen zullen in Brussel blijven, of er nu staatsgrenzen verschuiven of niet. Dit zijn belangen die boven staatsgrenzen staan.Brussel zit verweven in de “Vlaamse ruimte” en omgekeerd. Business as usual.Is daarentegen een onafhankelijke stadsstaat leefbaar?Dat is een andere zaak, daar Brussel in de huidige constellatie een rijke stad is, maar met een verpauperde bevolking. Volledig afhankelijk van Vlaanderen qua verkeersinfrastructuur, water- en energievoorziening en grotendeels afhankelijk van Vlaamse (geschoolde) pendelaars.Om nog maar te zwijgen van de financiële middelen.
De recente onafhankelijkheid van Kosovo, Montenegro, Bosnië en anderen leert ons dat de internationale gemeenschap zich baseert op de reeds aanwezige grenzen.Zo hebben bv. Montenegro en Slovakije aanzienlijke minderheden op hun grondgebied wonen. Tot daar dus de wens van sommige Franstaligen om bij Brussel aan te sluiten na een eventuele Vlaamse onafhankelijkheid.Exit corridor.Vlaanderen zal binnen zijn huidige grenzen erkend worden minus Brussel, daar dit een apart gewest is.De Vlamingen in Brussel zijn- volgens de EU definitie – een erkende historische minderheid en hebben recht op bescherming. Wat niet gezegd kan worden van de Franstalige “randgevallen”.Tot daar geen vuiltje aan de lucht. Maar nu komt de “clou” van de zaak. Brussel zal moeilijk in staat zijn om zichzelf te bedruipen.Het verliest een groot deel van de pendelende ambtenaren en in het beste geval zal men enkel kunnen teren op de vennootschapsbelasting en de personenbelasting van pendelaars die op “verdere” afstand van Brussel wonen.In geval van grensarbeid (zone van +/- 20km, naar analogie met regeling ivm Nederlandse grenstreek) wordt men namelijk in de woonplaats belast. Het verlies van deze inkomsten zal een flinke aderlating betekenen.
Vlaanderen daarentegen, kan perfect co-existeren met een stadsstaat Brussel.Niet alleen door de Vlaamse financiële draagkracht, maar vooral doordat Brussel op alle mogelijke manieren afhankelijk is van Vlaanderen. Ook de Brusselaars zullen beseffen dat real-politik de enige mogelijheid tot overleven is. Het zal niet lang duren vooraleer men zal proberen om tot een (losse) associatie met Vlaanderen te komen.Bilaterale samenwerkingsakkoorden.Omdat men niet anders kan.Met andere woorden: vele Brusselaars willen niet met Vlaanderen geassocieerd worden, maar zullen ten langen leste niet anders kunnen.Vlaanderen zonder Brussel?Best mogelijk, want ze komen toch terug.Om mettertijd aan te sluiten bij de Vlaamse Republiek? Voor mij is het duidelijk: bij dit soort van scenarios het been stijf houden. Waar Brussel verliezen voor de Franstaligen een Pyrrhus-overwinning zal zijn, en voor Vlaanderen een probleem dat zich mettertijd - in positieve zin - zal oplossen. We pull the strings, they don’t.Ik doe niet mee aan belgicistische bangmakerij!
Een tiental Mechelaars kwam de actievoerende brandweermannen een riem onder het hart steken. De gaven daarmee gevolg aan de oproep die de brandweer enkele weken geleden op de zaterdagmarkt deed om hen te steunen.
De brandweer voert al geruime tijd actie. Ze eist dat de oudere personeelsleden net als in de meeste andere grootsteden, een aantal jaren voor hun officiële pensioen kunnen stoppen door extra vakantie op te nemen.
Die mogelijkheid wordt geboden door een speciaal Koninklijk Besluit (KB) en is ingegeven door de resultaten van een wetenschappelijk onderzoek. Daaruit is gebleken dat oudere brandweermannen een verhoogd gezondheidsrisico lopen.
Burgemeester Bart Somers verzet zich tegen dit KB. Hij vindt het niet kunnen dat mensen vroeger zouden stoppen met werken in een tijd dat van iedereen wordt gevraagd langer te werken. Bovendien komen er ook grondige hervormingen aan bij de brandweer in heel het land.
Om die reden keurde de meerderheid een voorstel van het Vlaams Belang om de brandweer toe te laten vanaf 56 jaar te stoppen met werken, niet goed.
Bijna elke relatie komt wel eens onder druk te staan door ruzie. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom het tot een uitbarsting komt. Verschil van inzicht, opgekropte frustratie, het gevoel niet gehoord te worden… het lijstje is gemakkelijk aan te vullen.
Ruzie is geen prettige gebeurtenis. Het kan soms de situatie verergeren, omdat het gauw al lang niet meer gaat om de zaak zelf, maar om een reflex waarin we de aanval kiezen als verdediging. En hoewel meningsverschillen normaal en belangrijk zijn binnen een relatie, is ruzie nooit de oplossing van het probleem.
“Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen,” zegt Jezus (Lucas 6,31) Niemand vindt het prettig als een ander ruzie met je maakt. Dus als je deze regel toepast, zou er eigenlijk geen plaats in ons leven voor ruzie moeten zijn.
Hier zijn 7 tips om ruzie te voorkomen:
1. Leer actief te luisteren.
Wie antwoordt zonder eerst te luisteren, handelt dwaas (Spreuken 18,13)
Goede communicatie in een relatie betekent niet alleen dat je je goed kunt verwoorden, maar vooral dat je goed kunt luisteren. Probeer in je op te nemen wat de ander je zegt, en geef het terug om er zeker van te zijn dat je de boodschap begrepen hebt (“Ik hoor je zeggen dat … klopt dat?) Stel vragen als je het echt niet snapt. Let op de gevoelens die een ander uitdrukt, die zijn vaak belangrijker dan wat er precies gezegd wordt.
2. Blijf bij jezelf
Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. (Lucas 6,37)
Begin zinnen met “ik”: “ik voelde me genegeerd toen je..” in plaats van “je negeerde me…”. Het is soms moeilijk te bedoeling van een ander te beoordelen. Je weet soms niet waarom een ander op een bepaalde manier handelt, en als je een verkeerd oordeel velt, is de ander beledigd of verongelijkt. Maar je weet heel goed hoe je je voelt. Breng dat over.
3. Blijf in het heden
Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd, laat het verleden nu rusten. (Jesaja 43,1
Haal geen oude koeien uit de sloot en generaliseer niet. Gebruik nooit woorden als “nooit”, “altijd”, “moet”, “elke keer”. Blijf in het heden. Oude koeien en beschuldigingen in algemene zin roepen altijd verdediging op of erger: een tegenaanval, maar ze leiden zelden tot begrip of inzicht.
4. Blijf bij de zaak
“Hoe meer hout, des te harder het vuur brandt, hoe hardnekkiger de ruzie, des te heviger ze wordt.” (Jezus Sirach 28,10)
Haal er niet van alles bij, blijf bij de ene zaak waar het meningsverschil over bestaat. Als je met allerlei andere verwijten en kwesties op de proppen komt, wordt de situatie onoverzichtelijker, de oplossing onwaarschijnlijker en de verdedigingsreflex van de ander sterker.
5. Stop voor je begint!
Wie een ruzie begint, ontketent een stortvloed; staak de strijd voordat hij losbarst. (Spreuken 17,14).
Als je voelt dat je overhit begint te raken is het beter om het strijdperk tijdelijk te verlaten om af te koelen voordat je terugkomt op het meningsverschil. Denk na over de oorzaak van je reactie. Waardoor werd je geraakt? Wat maakte het bij je los? Boosheid? Verdriet? Angst? Hoe kan ik in de toekomst voorkomen dat ik opnieuw zo van streek raak?
6. Los het probleem op
Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig… vergeld geen kwaad met kwaad… overwin het kwade door het goede. (Romeinen 12, 16-21)
Doe er wat aan! Als je echt van streek bent door iets, stop het dan vooral niet weg. Koester geen wrok terwijl je niets onderneemt. Een probleem dat niet opgelost wordt, komt vanzelf weer terug. Als mensen ruzie maken, laat het zien dat er iets is dat voor beide personen belangrijk is (en dat is soms iets anders dan de aanleiding voor de ruzie). Dat moet je bij jezelf en bij de ander op het spoor zien te komen. Als je tot rust bent gekomen zijn er drie stappen die je moet zetten:
1. Beschrijf de situatie die het conflict veroorzaakte, zonder te oordelen – blijf bij een beschrijving van de feiten. Vraag of je weergave klopt met de waarneming van de ander.
2. Vertel de ander wat de situatie bij jou teweeg bracht. Blijf bij een weergave van je eigen gevoel en reactie. Geef de ander de ruimte om dit ook te doen.
3. Zeg hoe jij denkt te voorkomen dat het conflict in de toekomst terugkomt; vertel de ander wat jij nodig hebt. Vraag de ander hoe die het conflict wil oplossen.
7. Toch ruzie? Vergeef elkaar
“Vergeef, dan zal je vergeven worden.” (Lucas 6, 37)
Ondanks alle goede bedoelingen kan het toch voorkomen dat een ruzie ontstaat, en dat je elkaar kwetst. Laat het nooit “vanzelf” overgaan. Durf vergeving te vragen voor jouw aandeel in de ruzie. Dat is niet hetzelfde als je eigen mening aan de kant zetten of bakzeil halen! Vergeving vragen is een teken van kracht en moed, het kan het vertrouwen in elkaar herstellen.
Als je een van de pakketten van Linux Standard Base lsb, Red Hat rpm, Stampede slp en Slackware tgz direct installeert, dan passeer je het Debian packaging systeem. Dit systeem zorgt er namelijk voor dat je, behalve het pakket makkelijk kunt installeren, dat je het ook weer gemakkelijk kunt verwijderen. Sterker nog zo’n pakket wordt getest of het voldoet aan de Debian policy.
Alien biedt je de mogelijkheid pakketten van LSB, Red Hat, Stampede en Slackware te converteren in Debian pakketten, welke met dpkg kunnen worden geïnstalleerd.
Eerst gaan we alien installeren. Ga naar Systeem –> Beheer –> ‘Synaptic Pakketbeheer’. In het ‘Synaptic Pakketbeheer’ venster, klik op Zoeken in de werkbalk. In het Zoeken venster vul alien in en klik op de Zoeken button. In het rechter venster van het ‘Synaptic Pakketbeheer’ venster, klik met de rechtermuisknop op de naam alien en selecteer ‘Markeer voor installatie’. Accepteer het ‘Benodigde veranderingen markeren’ venster door op op de Markeren button te klikken.
Voor het controleren of het geconverteerde pakket aan de Debian policy voldoet hebben we lintian nodig. Zoek naar lintian zoals hierboven omschreven voor alien en markeer dit pakket ook.
Klik op nu Toepassen in de werkbalk van het ‘Synaptic Pakketbeheer’ venster.
Nu alien en lintian geinstalleerd zijn, kunnen we pakketten gaan converteren naar een .deb pakket. We kunnen dit op twee manier doen.
(N.B. Ik gebruik even naampakket.rpm wat op bijv het Bureaublad staat om te converteren als voorbeeld.)
1. Eerst converteren, checken en dan installeren.
1.1. Converteren en checken
Converteren en checken doen we in een stap door de volgende commando’s in een terminalvenster uit te voeren:
cd Bureaublad
sudo alien -k -T naampakket.rpm
De optie -k zorgt er voor dat je het originele versienummer van het te converteren pakket behoudt. De optionele optie -T checkt met behulp van lintian of het pakket aan de Debian policy voldoet en laat de output zien.
He pakket alien creeert een .deb pakket in de folder waar je bovenstaand commando uitvoert, dus vandaar dat je het beste eerst een cd (change directory) commando kunt uitvoeren.
Als je errors (E) krijgt dan moet je zelf even afwegen of je wilt doorgaan of niet. Hou in je achterhoofd dat dit niet betekent dat je het pakket niet kan installeren of dat het na installatie niet werkt. Het kan zijn dat het rpm pakket niet alle paden volgens de Debian policy gebruikt, maar het pakket werkt wel.
OPTIONEEL:
Als je wilt zien wat de correcte policy is moet je het volgende commando in het terminalvenster uitvoeren:
sudo lintian -i naampakket.deb
Let op: je moet het debian pakket controleren met lintian!
Je kun ook met:
sudo alien -g naampakket.rpm
controleren wat de pakketstructuur is die alien creeert. De -g optie genereert namelijk twee folders:
een folder met de oorspronkelijke structuur van het rpm pakket (de .orig folder)
een folder met de nieuwe structuur in het .deb pakket
Na controle kunnen deze folders worden verwijdert door het commando:
sudo rm -r naampakket.orig naampakket
Let op dat je de correcte namen specificeert en gebruik geen * anders ben je het originele pakket (in ons voorbeeld naampakket.rpm) en het geconverteerde pakket (in ons voorbeeld naampakket.deb) ook kwijt!
1.2. Het geconverteerde pakket installeren
Het geconverteerde pakket kun je nu installeren (als je dat tenminste nog wilt) door het volgende commando in het terminalvenster uit te voeren:
sudo dpkg -i naampakket.deb
2. Alles in een keer
Je kunt het te converteren pakket ook in een keer converteren en installeren door het volgende command in een terminalvenster te gebruiken:
sudo alien -i -T naampakket.rpm
Het hoeft denk ik geen betoog dat methode 1. het veiligst is.
The finishing touch
Als het een goed samengesteld pakket is dan staat die applicatie zelfs in het menu. Als dat niet zo kun je zelf een menu item aan maken door naar Systeem –> Voorkeuren –> Hoofdmenu te gaan en daar onder de gewenste folder een item te maken door op de ‘Nieuw item button’ te klikken. In het ‘Starter aanmaken’ venster vul het volgende in:
bij type kun je kiezen tussen Toepassing, Terminaltoepassing en Locatie
bij naam vul je de naam van je pakket in
bij de opdrachtregel vul je het pad waar het pakket staat. Gebruik de Bladeren button om het pakket te zoeken. Als je het pakket moet uitvoeren als root zet je sudo voor de opdrachtregel. Als het pakket een grafische interface heeft en root nodig heeft dan zet je gksu voor de opdrachtregel. Zie (een willekeurig) voorbeeld van een menu-item.
Voor alien kun je geen menu-item maken, omdat dit commando volledig in een terminvenster moet uitvoeren en deze niet interactief is.
PS. afhankelijkheden worden (jammer genoeg) niet opgelost door alien!!!! Deze ontdek je pas na het uitvoeren van het pakket na installatie. Je zult zelf in ‘Synaptic pakketbeheer’ naar de afhankelijkheid moet zoeken en deze installeren.
IBM heeft aangekondigd dat ze een Open Collaboration Client gaat aanbieden en ondersteunen voor Ubuntu Linux. Ook wordt de samenwerking met RedHat uitgebreid.
De Open Collaboration Client is software, gericht op het ondersteunen van samenwerking binnen bedrijven, het verhogen van de productiviteit en het verlagen van technologische kosten. De software is gebaseerd op open standaarden en het gaat aansluiten bij Lotus Symphony, het gratis kantoorpakket van IBM.
Volgens IBM:
“It is personal computing software that is based on open standards, providing businesses with a cost-effective and security-rich alternative to Microsoft desktops. Moving away from an entirely proprietary approach to computing to a platform based on open standards gives businesses the freedom to select the proper mix of software for their organization, based on user segmentation, in a heterogeneous environment, helping move them toward the desktops of the future. ”
Nu dus uitgebreide Linux desktop support voor bedrijven. Linux server support doet IBM al veel langer en niet zonder reden: