Miguel’s Weblog

Secretaresse ambassade Teheran verkracht: geen werkongeval, dus ook geen bijstand

8 Abril, 2008 · Sem Comentários

Het gebouw van de Belgische ambassade in Teheran. Een deel van het Belgisch diplomatiek personeel blijkt niet verzekerd te zijn tegen onder meer geweldsdelicten in het land van tewerkstelling.

Een secretaresse op de Belgische ambassade in Teheran die eind 2004 werd verkracht en urenlang gefolterd, daagt met de hulp van overheidsvakbond ACOD Buitenlandse Zaken voor de rechtbank. Het ministerie beoordeelde de zaak eerst als een arbeidsongeval, maar stapte daar later van af. Met alle gevolgen van dien voor de vrouw.

Omdat Buitenlandse Zaken de steven wendde, verloor de vrouw elk recht op financiële bijstand, moest ze afzien van dringende medische ingrepen en zien rond te komen met 600 euro per maand. Ze zag zich verplicht om tegen het advies van de dokter in weer aan het werk te gaan, deze keer op de ambassade in Kampala.

A.B. werkt sinds 1985 als secretaresse voor de Belgische diplomatie. Voor ze in februari 2003 aan de slag ging op de ambassade in Teheran, was ze verbonden aan die in Belgrado en New York.
In de nacht van 15 op 16 oktober 2004 werd A.B. op straat lastig gevallen door een groepje Iraanse mannen. Die waren haar gevolgd tot bij haar flat, in een gewoonlijk goed bewaakte compound in Teheran. Een van de mannen drong de flat binnen, verkrachtte de vrouw en bleef haar urenlang mishandelen. A.B. bleef achter met onder meer een neusfractuur, moest een dringende oogcorrectie ondergaan en leed aan post-traumatische stress.

De alleenstaande vrouw kreeg aanvankelijk alle steun van het ambassadepersoneel en ook van de personeelsdienst op het hoofdbestuur van Buitenlandse Zaken in Brussel. Die nodigde haar uit om alle medische facturen door te sturen, aangezien haar verblijf in de Iraanse hoofdstad onlosmakelijk voortvloeide uit haar functie.

Op 8 augustus 2005 ontving de vrouw een brief van de personeelsdienst van Buitenlandse Zaken, die liet weten dat ze het voorval bij nader inzien dan toch niet kon aanvaarden als arbeidsongeval. Het misdrijf, zo staat er, vond plaats buiten de kantooruren en ook niet tijdens een verplaatsing van of naar het werk.

“Het gevolg was dat de dame een deel van de ontvangen sommen moest terugstorten, een psychotherapeutische behandeling moest staken en afzien van een geplande neuscorrectie”, zegt Tom Roose van de socialistische overheidsvakbond ACOD. “Ze viel terug op een vervangingskomen van 600 euro. Hoewel A.B. door een neuropsychiater een jaar ziekteverlof voorgeschreven kreeg, zat er voor haar niks anders op dan weer aan het werk te gaan en een nieuwe diplomatieke missie te aanvaarden, nu in Kampala.”

Eind 2005 ontwikkelt zich een snel verzurende correspondentie tussen de vrouw en de personeelsdienst van Buitenlandse Zaken. Daar argumenteert men nu dat de vrouw slachtoffer werd van een geëscaleerde inbraak. “Onzin”, zegt Roose. “De dame blijft erbij dat ze haar belager geld aanbood om de gruwel te doen stoppen. Er werd die nacht in de flat ook niks gestolen: geen geld, geen juwelen, ook haar laptop niet.”

De discussie over de vraag of het nu diefstal was of niet, hangt samen met die over de vraag of het gebeurde als een arbeidsongeval moet worden beoordeeld. “Uiteindelijk hebben wij moeten ontdekken dat de ambassade verzuimde om in Teheran de zaak juridisch op te volgen”, zegt Roose. “Er werd van Belgische zijde geen enkele hulp geboden om de daders op te sporen, stukken uit het Iraanse strafdossier werden achtergehouden, de dame zag zich verplicht om in Teheran zelf een advocaat aan het werk te zetten. Op eigen kosten, nog eens. Voor de Verenigde Naties voert België graag het hoge woord om verkrachtingen in conflictgebieden aan te kaarten. Het geval van A.B. laat zien hoe het er in de praktijk binnen de eigen administratie aan toegaat. Misschien kan mevrouw A.B. als spreekster worden uitgenodigd door de VN?”

Bij Buitenlandse Zaken zit men verveeld met de kwestie, die vooral zou voortvloeien uit het statuut van de vrouw. “Het Belgische ambassadepersoneel in het buitenland wordt verondersteld 24 uur per dag in functie te zijn”, zegt woordvoerder Marc Michielsen. “Deze dame had helaas geen statutaire, maar een contractuele verbintenis. Daardoor gold dat principe voor haar niet.”

Off the record is te vernemen dat alles begon bij een Franstalige ambtenaar op de personeelsdienst, die halfweg 2005 bij het vertalen van het woord ‘verkrachting’ (viol) een letter vergat, er ‘vol’ (diefstal) van maakte en achteraf weigerde de eigen fout te erkennen. “Men kwam gaandeweg in een strikt juridische context terecht”, zegt Michielsen. “Misschien is zo wat voorbijgegaan aan het trauma waar deze dame mee verder moet.”

ACOD grijpt de zaak aan om te wijzen op een structureel probleem: het ontbreken van een verzekering voor een deel van het Belgisch ambassadepersoneel in het geval van geweldsdelicten, aanslagen of natuurrampen. “Men stuurt mensen naar gebieden waarvan men tegen andere Belgen zegt dat het ten strengste af te raden is om erheen te reizen, maar men voorziet geen bijstandsverzekering”, zegt Roose. “Geen enkele Belgische werkgever stelt zijn personeel aan zulke risico’s bloot. Het is toch al te duidelijk dat A.B. omwille van haar baan in Teheran woonde?”

De ACOD daagde Buitenlandse Zaken vorig jaar voor de arbeidsrechtbank. Die oordeelde in een tussenvonnis dat het arbeidscontract van A.B. niet of onvoldoende specifieert of de dame enkel tijdens de kantooruren of ook daarbuiten werd verondersteld “beschikbaar te zijn voor de ambassade”. Een eerste zitting is gepland voor 7 mei. (Douglas De Coninck)

Bron: De Morgen

Categorias: Belgium · Bruxelas · Crime · Desabafos · Flandres · Iran · Islam · Men · Mulheres · Nederlands · Opinião · Pers · Politiek · Rape · Religion · Sex · Vlaanderen · Vrijheid · Wallonie · Women

0 responses so far ↓

  • There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.

Tem de estar ligado para poder comentar.